Archief van maart, 2010
Passende beloning
Nationale-Nederlanden heeft als eerste verzekeraar haar grenzen aangegeven waarbinnen provisies behoren te liggen. Het lijstje geeft een inkijk in de inkomsten die volgens de verzekeraar redelijkerwijs “maximaal” door een adviseur verdiend mogen worden. In gevallen dat er een verzekering wordt afgesloten die een hogere provisie uitkeert, zal de adviseur dit moeten onderbouwen bij de verzekeraar.
In hoeverre deze grenzen als norm worden verheven door alle verzekeraars (en door alle adviseurs), zal de komende tijd duidelijk worden.
| Duurverlenger: | 1500 euro afsluitprovisie |
| Direct Ingaande lijfrente: | 3150 euro afsluitprovisie |
| Overlijdensrisicoverzekering: | 2250 euro afsluitprovisie |
| Koopsom: | 6000 euro afsluitprovisie |
| Premie: | 6000 euro afsluitprovisie |
| Direct Ingaand Pensioen: | 3800 euro afsluitprovisie |
| DGA pensioen nieuw: | 8000 euro afsluitprovisie (incl. doorlopende provisie over eventuele koopsom) |
| DGA pensioen mutatie: | 1400/ 3000 euro afsluit en doorlopende provisie |
| Nieuwe deelnemer semi-collectief Pensioen: | 3800 euro afsluitprovisie |
| Alle hypotheekvormen: | 6000 euro afsluitprovisie |
.
Deze grenzen zijn door Nationale-Nederlanden onder andere vastgesteld op basis van interne analyses en een onderzoek dat is uitgevoerd in samenwerking met een externe onafhankelijke partij (Bureau D&O). Er is een inschatting gemaakt van de benodigde tijd voor genoemde producten voor een volledig adviestraject. Ook is er onderzoek gedaan naar de in de branche gangbare uurtarieven. De nu vastgestelde grenzen zijn voornamelijk gericht op de afsluitprovisie. (Bron extranet MijnNN)
Korte mouwtjes
Het leven van een financieel adviseur is niet gemakkelijk. We moeten een weg vinden in het oerwoud van nieuwe regels. We hebben te maken met de WfT, AFM, met de CAR en de BGFO. En als we denken dat we alles gehad hebben blijkt het toonaangevende GfK onderzocht te hebben hoe het verder met ons imago gesteld is. En wat blijkt:
- Consumenten zien liever niet dat financieel adviseurs tijdens het huisbezoek om een glas bier vragen. Pils en polis gaan niet samen.
- Het merendeel van de adviseurs is mannelijk. Consumenten hebben echter geen uitgesproken voorkeur voor hetzij mannen of vrouwen.
- Slechts 10% van de respondenten heeft een voorkeur voor een mannelijke adviseur, maar voor 85% speelt het geslacht geen rol.
- Wat leeftijd betreft hebben consumenten een voorkeur voor veertigers.
- Jonge consumenten zien liever een jonge adviseur verschijnen, maar de adviseur moet bij voorkeur niet onder de 30 jaar zijn.
- Bij het arriveren zien respondenten de adviseur het liefst uit een middenklasser stappen. Toyota, Opel of Peugeot scoren goed, maar een Bentley, Ferrari of Mercedes zijn `not done`.
- Uiteraard moeten de adviseurs een professionele uitstraling hebben.
- Als de adviseur geen pak wil dragen, dan is een nette jeans en een overhemd met lange mouwen ook geschikt.
Als de klant een drankje aanbiedt, dan is het de veiligste optie om te kiezen voor koffie. - Mochten klanten vragen naar de politieke voorkeuren van de adviseur, dan zijn VVD of CDA de beste antwoorden.
Wij hebben een extra vergadering ingelast om met elkaar grondig door te spreken of wij wel aan deze strenge criteria en hoge verwachtingen kunnen voldoen. Het wordt ons alemaal niet makkelijk gemaakt.
Don’t be paranoid
Per saldo het einde van de Saldolijfrente
(Lijfrente) premies aftrekken is nog één van de weinige fiscale voordelen die het opbouwen van een aardige oudedagsvoorziening draagbaar maken. Daar verandert momenteel niets aan. Wel is een bij-product van deze lijfrenteaftrek de zogenaamde Saldolijfrente nu fiscaal zo beperkt dat deze niet meer zal worden gebruikt.
Wat zijn de opties:
1. U kunt jaarlijks wel de volledige lijfrentepremie aftrekken, en dat heeft u vanaf aanvang ook kunnen doen. Er verandert niets.
2. U kunt jaarlijks niet de volledige lijfrentepremie aftrekken. De premie die u niet kunt aftrekken is lager dan € 2.269,-. Dat is goed nieuws want over de niet afgetrokken premies hoeft u later als u een uitkering krijgt, geen belasting te betalen.
3. U kunt jaarlijks niet de volledige lijfrentepremie aftrekken. De premie die u niet kunt aftrekken is hoger dan € 2.269,-. Dat is slecht nieuws want de niet afgetrokken premies (boven de € 2.269,-) komen terecht in Box 1. Oftewel belasting betalen over belastingvrij geld.
4. Er bestaat een speciale regeling voor de periode 2001 tot en met 2008, de zogenaamde verruimde saldomethode.
Bijna iedereen zal dus afscheid gaan nemen van de saldolijfrente en overstappen van een Box 3 verzekering of banksparen. Een complexe wijziging met veel praktische haken en ogen. Bel even met ons voor antwoorden.
De kinderpuzzel van REAAL
Verzekeraars klonteren steeds vaker samen. REAAL en ZwitserLeven doen het nu met elkaar en dat zorgt natuurlijk voor veel veranderingen binnen die bedrijven. Natuurlijk is zo’n samenvoeging “in het belang van u als klant” en levert “u als klant kostenvoordelen” op…….
REAAL is de bovenbaas geworden en dus moet Zwitserleven het logo van REAAL gaan voeren. Zwitserleven kon een paar jaar pronken met hun fraaie “hand-levenslijn” logo. Nu zijn ze verplicht de kinderpuzzel van REAAL achter hun naam te zetten.
Weg alle oude ZwitserLeven brochures, formulieren, advertenties en lichtreclames. “Think Big” en dat mag wat kosten. Op dezelfde wijze werd ons het aloude RVS logo ontnomen en opgeslurpt door de oranje leeuw van de ING. Wij dromen nog even weg naar vroegguh toen het allemaal veel mooier was.
Grijze lijfrentekoek
U bent ouder dan 65 jaar en u hoort met pensioen te zijn maar u bent dat nog niet omdat u daar nog helemaal geen zin in heeft. Sterker nog: u vindt het leuk om door te werken en u verdient daar ook nog eens een aardig inkomen mee. Omdat u uw echte pensioenleeftijd nog even voor u uitschuift vraagt u zich af of over uw inkomen dat u verdient vanaf uw 65ste nog aanvullend pensioen op kunt bouwen.
Het antwoord is: NEE!
Tenminste: als we het hebben over het storten van bedragen (koopsommen) voor een lijfrenteverzekering of lijfrentespaarrekening, op basis van de jaarruimte:
De jaarruimte over 2009 is het maximale bedrag dat u in 2009 af mag trekken als lijfrentepremie vanwege een tekort in uw pensioenopbouw in 2008. Ook als u in loondienst normaal pensioen opbouwt, kunt u volgens de fiscale regels toch een tekort in uw pensioenopbouw hebben.
U hebt een tekort als u per jaar minder pensioen opbouwt dan nodig is om een oudedagsvoorziening (inclusief AOW) te krijgen van 70% van uw arbeidsinkomen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat u gedurende 35 jaar pensioen opbouwt. U mag uw lijfrentepremie aftrekken van de belasting omdat u deze gebruikt om het tekort in uw pensioenopbouw aan te vullen.
Als u op 1 januari van een jaar 65 jaar bent, dan hebt u vanaf dat jaar geen jaarruimte meer.
Leuker konden ze het niet maken bij de Belastingdienst.
Maar dit betekent gelukkig niet dat de lijfrentekoek daarmee definitief op is.
Aftrek in revisie
Stel u heeft in 2003 een lijfrenteverzekering afgesloten. De premies zijn steeds in aftrek gebracht op het inkomen. Nu is er contant geld nodig en u wil de lijfrente afkopen. Hoeveel inkomstenbelasting en hoeveel revisierente moet u hierover betalen?
Bij afkoop van een lijfrente moet de belastingplichtige de afkoopwaarde bijtellen bij zijn inkomen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Daarnaast wordt de belastingplichtige geconfronteerd met revisierente. Revisierente wordt geheven om het door de Belastingdienst geleden renteverlies te compenseren. De belastingplichtige is in beginsel 20% revisierente verschuldigd over de waarde in het economische verkeer van de lijfrente. In beginsel, omdat er een tegenbewijsregeling geldt voor situaties waarbij de lijfrente binnen tien jaar na het afsluiten wordt afgekocht.
De tegenbewijsregeling houdt in dat een berekening wordt gemaakt van het rentenadeel dat de Belastingdienst heeft geleden, omdat er in het verleden – achteraf bezien ten onrechte – lijfrentepremieaftrek is genoten waardoor er te weinig inkomstenbelasting is betaald. Daarbij wordt uitgegaan van de heffingsrentepercentages. Als het bedrag van de berekende heffingsrente lager is dan de revisierente van 20%, dan wordt dit lagere bedrag in rekening gebracht. De belastingplichtige moet dit lagere bedrag zelf opnemen in zijn IB-aangifte onder ‘revisierente’.
Op de site van de Belastingdienst is een rekentool revisierente opgenomen voor de vaststelling van de revisierente bij afkoop binnen tien jaar na het afsluiten van de lijfrente. (meer…)
Samen sta je sterk …op achterstand
80% van de werknemers hebben een pensioen dat is ondergebracht bij een bedrijfspensioenfonds (BPF). Hier ziet u een overzicht van de bedrijfstakken waar, veelal verplichte, pensioenregelingen voor gelden.
Deze BPF’s hebben het de afgelopen jaren flink te verduren gehad. Ze starten daarom een campagne om hun imago wat op te poetsen.
“Samen sta je sterk” heet de campagne en wordt ondersteunt met een web-presentatie waar wordt uitgelegd waarom het zo fijn is aangesloten te zijn bij een bedrijfspensioenfonds. Bij het bekijken van de presentatie is het goed de nadelen in gedachte te houden.
- Een BPF is veelal een verplichte regeling voor de bedrijven in die specifieke branche. Het Bestuur van zo’n BPF heeft dus geen enkele reden om prestaties te leveren om meer klanten te werven of hun resultaten te maximaliseren.
- Veel BPF’s kennen een maximum salarisgrens voor deelnemers. Alle medewerkers met een hoger salaris hebben dus per definitie een pensioenbreuk.
- De eigen bijdragen voor werknemers zijn vaak hoog. Zo vraagt het BPF voor de Horeca een eigen bijdrage van 7% van de pensioengrondslag van haar deelnemers.
- Het bijverzekeren van een extra nabestaandenpensioen is vaak peperduur.
- Er zijn geen keuzes om zelf beslissingen te nemen over de wijze waarop het pensioen wordt belegd.
- Zijn er tekorten dan wordt de premie verhoogd of wordt de indexatie achterwege gelaten. Nog geen jaar geleden was de dekkingsgraad van meer dan de helft van de pensioenfondsen minder dan de wettelijke verplichting.
Het goede nieuws van de slechte resultaten van deze bedrijfspensioenfondsen is dat de verplichtstelling dan kan komen te vervallen. Wilt u als werkgever een analyse van de mogelijkheden voor uw bedrijf om afscheid te nemen van uw pensioenfonds, of de regeling te verbeteren, dan zijn wij eenvoudig te vinden.
Domino
Gesponsord door de twijfelachtige verzekeraar State Farm. (bron HP)
Koop “De Hoge Raad” polissen
Aansprakelijkheid van een werkgever richting haar werknemers blijft een taai onderwerp. Toch is het de moeite waard zorgvuldig te kijken waar de werkgever een eigen zorgplicht heeft.
Een werkneemster van een thuiszorginstelling die op de fiets naar een cliënt rijdt en als gevolg van gladheid ten val komt en daarbij letsel oploopt. De Hoge Raad spreekt in dit arrest uit dat de aansprakelijkheid, vooral ziet op de aansprakelijkheid van de werkgever voor de situatie op de werkplaats. De Hoge Raad spreekt uit dat wanneer het gaat om gevallen waarin een werknemer in de uitoefening van de werkzaamheden deelneemt aan het wegverkeer, de omvang van de zorgplicht van de werkgever slechts beperkt kan zijn.
Eigen schuld en een flinke dikke bult voor de werkneemster, zouden we in eerste instantie denken…..
Helaas voor de werkgever bleef het hier niet bij. De werkgever heeft ook nog zoiets als “goed werkgeverschap”. Deze laatste had namelijk geen complete verzekering afgesloten en dus geen “goed werkgeverschap” getoond. De werkgever werd op grond van deze overweging veroordeeld voor de schade.
Voor de liefhebber van wetsartikelen. De Hoge Raad legt daarmee in feite verplicht vast dat werkgevers zich moeten verzekeren voor zowel artikel 7:658 BW als artikel 7:611 BW.
- Aansprakelijkheidsverzekering bedrijven (AVB)
- Aansprakelijkheidsverzekering Aansprakelijkheid Werkgever voor Bestuurders (Motor)rijtuigen (WEGAS)
Trouble
FNVPZOAOV
FNV Zelfstandigen en PZO bieden ZZP-ers een basisverzekering voor zelfstandigen aan. De kosten zijn laag, tussen de veertig en zestig euro per maand, maar de verzekering dekt dan ook slechts voor een periode van maximaal twee jaar en vergoedt maximaal 30.000 euro per jaar. “De meeste mensen zijn korter ziek”, verklaart FNV.
De meesten zijn inderdaad korter ziek. Maar een maximale vergoeding van 2 jaar biedt nauwelijks soelaas bij ziekte/arbeidsongeschiktheid en kent alleen nadelen. Juist de keuze om de uitkeringsduur te beperken, is een vreemde keuze. Er zijn veel betere mogelijkheden om de premiehoogte te verlagen. Denk maar eens aan:
- Het beperken van de uitkeringsdrempel;
- Een ander AO-criterium;
- Een langere wachttijd;
- Een lager verzekerd bedrag;
- Wijzigen indexering;
- etc.
Juist de keuze om de duur te beperken tot 2 jaar kan elke ZZP-er in grote problemen brengen. De FNV zegt dat het storm loopt. Dat mag zo zijn maar we zijn benieuwd of al de ZZP-ers die deze arbeidsongeschiktheidsverzekering sluiten ook de alternatieven hebben gezien. Twijfelt u? Wij kunnen u die verschillen wel tonen. Ook kunnen we berekenen hoe snel u na 2 jaar in de bijstand terecht komt.
Dat arbeidsongeschiktheid soms ook pas veel later wordt erkend, blijkt uit onderstaand verhaal. Na 12 jaar lijken de slachtoffers nu pas een uitkering te mogen verwachten. (meer…)
