Gezellig in een VVE-Bestuur. Wie durft?
In de vrije tijd lekker in een Bestuur van Vereniging Van Eigenaren rondhangen kan gezellig zijn. Het is vaak ook nog nuttig. Het wordt minder leuk als je als argeloze vrijwillige bestuurder plots aansprakelijk wordt gesteld met je privé vermogen door een curator. Ook vrijwilligers dus.
Persoonlijke aansprakelijkheid van bestuurders en toezichthouders staat de laatste jaren in de schijnwerpers. Door de toegenomen claimbewustheid en veranderende wet- en regelgeving, lopen ook bestuurders van VVE’s een steeds groter risico om aansprakelijk gesteld te worden.
De dekking van een VVE-verzekering bestaat uit twee elementen: de kosten van verweer en de uiteindelijke schadevergoeding. Ook als de claim uiteindelijk onterecht blijkt te zijn worden de kosten van verweer vergoed. In tegenstelling tot wat vaak wordt verondersteld, worden de kosten van juridisch verweer bij bestuurdersaansprakelijkheid niet gedekt door een reguliere rechtsbijstandverzekering.
De VVE-Polis is voor bestuurders en toezichthouders zowel in functie, afgetreden of nog te benoemen. Het voltallige bestuur is verzekerd, omdat zij wettelijk collectief verantwoordelijk is en iedere bestuurder hoofdelijk aansprakelijk is voor de gehele claim. De VVE sluit de verzekering af en betaalt de premie. Verzekerd zijn:
- alle bestuurders en toezichthouders;
- personen die daden van bestuur verrichten maar niet formeel en statutair als bestuurder zijn benoemd;
- afgetreden functionarissen;
- rechtsopvolgers / echtgenoten;
- voorzitter van de vergadering van de VVE die bij de VVE daden van bestuur verricht;
- ‘externe bestuurders’.
In principe is de VVE zelf aansprakelijk voor eventuele schulden die worden gemaakt. Toch kan het gebeuren dat u als bestuurder of toezichthouder persoonlijk aansprakelijk wordt gesteld voor de schulden van de rechtspersoon. Naast de aansprakelijkheid ten opzichte van derden (schuldeisers, leveranciers, curator etc.), de zogenaamde ‘externe aansprakelijkheid’, kan ook de rechtspersoon, bijvoorbeeld na een wisseling van het bestuur, van mening zijn dat u niet naar behoren hebt gehandeld en u aansprakelijk stellen, de zogenaamde ‘interne aansprakelijkheid’. Hierbij is het niet relevant of u voor uw diensten wordt betaald.
Vrijwilligers lopen dezelfde risico’s als betaalde bestuurders.
Bestuurdersaansprakelijkheid is vastgelegd in het Burgerlijk Wetboek. Hierin staat dat bestuurders verplicht zijn tot het voeren van ‘behoorlijk bestuur’ over de rechtspersoon. Dit begrip is echter niet in de wet gedefinieerd, maar wordt ingevuld door jurisprudentie, literatuur en actuele ontwikkelingen.
Bij onbehoorlijk bestuur kan gedacht worden aan de VVE of een derde die financieel nadeel lijdt, omdat een bestuurder een besluit dat in de vergadering van de VVE is genomen, niet goed uitvoert. Bijvoorbeeld het niet voldoende vergewissen van de kredietwaardigheid van een contractspartner. Of het aangaan van verplichtingen waarvan bekend is of bekend had kunnen zijn dat de VVE ze niet kan nakomen.
Voorbeelden van aanspraken:
Een van de bestuursleden van een VVE heeft een aannemer een opdracht gegeven tot het vernieuwen van de afvoerbuizen van de waterleiding. Er is echter onvoldoende geld in de kas waardoor de VVE haar contract niet kan nakomen. De aannemer lijdt hierdoor aanzienlijke schade. De aannemer gaat de bestuurleden in hun privé-vermogen aanspreken.
In de VVE-vergadering wordt besloten dat de dakbedekking volledig wordt vervangen. Een bestuurder geeft opdracht aan de plaatselijke dakdekker. Er wordt een flinke geldsom als aanbetaling overgemaakt. Kort daarna gaat de dakdekker failliet en is de VVE haar aanbetaling kwijt. Het bestuur had vooraf geen onderzoek gedaan naar de financiële positie van het dakdekkersbedrijf. De vereniging gaat de bestuurleden persoonlijk aansprakelijk stellen voor deze financiële schade.
De VVE-Polis is niet bedoeld voor:
- VVE’s met een negatief eigen vermogen
- ‘slapende’ VVE’s (geen bestuurder benoemd, geen periodiek onderhoud, geen VVE vergaderingen)
- VVE’s die niet voldoen aan artikel 5:126 lid 1 BW (in artikel 5:126 lid 1 BW wordt bepaald dat elke VVE een reservefonds dient aan te houden ter bestrijding van andere dan gewone jaarlijkse kosten)
De premie is ongeveer een paar honderd euro.
Gerelateerde artikelen:
