Archief van "Pensioen Lijfrente AOW"
De cowboys van het ABP
Ambtenaren komen na de verkiezingen op de schopstoel te zitten. Er moet immers fors bezuinigd worden dus zal er de komende tijd ongetwijfeld flink aan hun stoelpoten worden gezaagd.
De schommelstoel voor de ambtenaar die met pensioen wil, is al net zo wankel als hun baan. Hun paradepaardje ABP blijkt een kreupel dier te zijn.
- Het ABP stapte in 2004 over van eindloon naar middelloon.
- Het ABP moet steeds weer opnieuw toestemming afdwingen om de premies verder te verhogen. Kort geleden weer met een vol procent. (Die premies worden overigens door de belastingbetaler betaald.)
- Het ABP heeft nog steeds een dalende dekkingsgraad voor haar pensioenverplichtingen. (Nu slechts 102% terwijl 150% de norm zou moeten zijn.)
- Het ABP waar de bestuurder Xander den Uyl zei dat het “een vreemde gewaarwording” is dat het belegde vermogen nog nooit zo groot was en de rendementen de eerste vier maanden goed zijn, maar dat de dekkingsgraad desondanks niet mee groeit.
- Datzelfde pensioenfonds had overigens eind 2009 nog 2,3 miljard euro in Grieks papier belegd. De econoom Jacob Schoenmaker zei daarover op RTL Z : “Het zijn een soort cowboys bij het ABP”
Er wordt in het algemeen in de media weinig aandacht besteed aan het ABP, PGGM en alle bedrijfs- en beroepsfondsen. De kostentructuur van de meeste fondsen is een ingewikkelde brei. Dat zorgt er voor dat veel bestuursleden praktisch ongezien royaal kunnen eten uit de ruif van de pensioengelden van de deelnemers.
De Nederlandse Bank grijpt als toezichthouder ook nu weer nauwelijks in en politici hebben geen oog voor de misstanden in deze sector; niet hip en te moeilijk. Die reageren liever op makkelijk te verteren Radar-uitzendingen. Maar mij steekt vooral de eis aan veel werkgevers en werknemers om verplicht deel te nemen aan kwakkelende pensioenfondsen zoals het ABP. Niks marktwerking. Niks onderhandelen. Niks keuzevrijheid.
Voor werkgevers die wel vrij mogen kiezen of eens kritisch naar hun eigen pensioenregeling willen laten kijken, bel ons gerust.
Opruimwoede onderdrukken
Op 22 april schreven wij over de saldolijfrente. Wij beschreven de drie verschillende situaties die er kunnen zijn met een lijfrenteverzekering.
Praktisch punt is hoe u er later voor zorgt dat het deel van de uitkeringen dat op grond van de saldo-methode onbelast is dat ook echt zal zijn. Moet er daar rekening mee worden gehouden bij de (digitale) belastingaangifte inkomstenbelasting?
Een saldolijfrente betekent dat er op de uitkering geen belasting wordt ingehouden, maar ook dat er geen belasting over verschuldigd is. Tenminste, zolang het totaal aan ontvangen uitkeringen uit de lijfrente minder is dan de totaal van de lijfrente betaalde premies. Vanaf het moment dat het bedrag dat ontvangen wordt uit de polis meer wordt dan u ooit voor de polis is betaald, zijn de verdere uitkeringen wel belast. Tot dat het punt bereikt dat het totaal van de uitkeringen uit de polis meer wordt dan voor de polis betaald heeft, zijn de uitkeringen niet belast en hoeft er dus ook niets aan te geven.
Tot zover is het wel helder, toch? Kwestie van een goede administratie voeren. Toch zult u de belastingdienst nodig hebben voordat de netto-uitkeringen kunnen worden ontvangen. Verzekeraars zijn immers inhoudingsplichting. En dat betekent dat ook inhoudingen zullen worden gedaan op het netto-deel van de uitkeringen. Tenzij u een verklaring heeft van de belastingdienst waarin aangegeven wordt dat op een deel van de uitkeringen de saldomethode van toepassing is. En daarvoor moet u uiteraard kunnen aantonen dat een deel van de premies/koopsommen uit het verleden door u en betaald zijn en niet zijn afgetrokken.
En daarvoor is het belangrijk dat u al die oude aangiftes, polissen en bankafschriften bewaart….
Tempo maken met ontslagvergoeding
Werkgevers kennen bij ontslag vaak ontslagvergoedingent toe die bestemd zijn voor de aankoop van een stamrecht of voor de storting op een stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht. De werknemer wordt dan een redelijke termijn gegund om zich te oriënteren en een besluit te nemen over het soort stamrecht, stamrechtspaarrekening of stamrechtbeleggingsrecht en over de uitvoerder daarvan.
In de praktijk blijkt behoefte te bestaan aan meer duidelijkheid over de lengte van en de voorwaarden voor die termijn en over de stalling van het geld in de tussentijd.
Wat vindt de Belastingdienst in dit soort situaties een redelijke termijn?
- Hierna komt eerst de situatie aan de orde dat de werkgever meewerkt aan de totstandkoming van een stamrecht of aan de storting van de ontslagvergoeding op een .
- Daarna wordt ingegaan op de situatie dat de werkgever geen medewerking verleent.
Opschieten met expiraties
De belastingdienst geeft meer duidelijkheid over de redelijke fiscale termijn voor de aankoop van een recht op pensioen- of stamrechtuitkeringen bij de expiratie van een pensioen- of stamrechtpolis of bij de deblokkering van een stamrechtspaarrekening of een stamrechtbeleggingsrecht. Bij een dergelijke expiratie of deblokkering is er immers een redelijke termijn nodig voor oriëntatie en voor de beoordeling van eventuele offertes.
Wat is in deze situaties een redelijke termijn na de overeengekomen expiratiedatum of overeengekomen datum van deblokkering waarbinnen de uitkeringen moeten zijn ingegaan?
- Uitkering bij leven
- Als de eerste gerechtigde tot de uitkeringen uit het pensioen of het stamrecht op de expiratie- of deblokkeringsdatum nog in leven is, kan in alle gevallen een termijn van6 maanden na de overeengekomen expiratie- of deblokkeringsdatum als redelijk worden aangemerkt.
- Uitkering voor nabestaanden
- Als de expiratie of de deblokkering het gevolg is van het overlijden van de eerste gerechtigde tot de uitkeringen uit het pensioen of het stamrecht, kan in alle gevallen een termijn van 12 maanden na de expiratie- of deblokkeringsdatum redelijk worden genoemd.
In de situatie waarin het niet mogelijk is om de uitkeringen in te laten gaan binnen één van de hierboven gestelde termijnen, zal de gerechtigde tot het pensioen, het stamrecht, de stamrechtspaarrekening of het stamrechtbeleggingsrecht tegenover de inspecteur aannemelijk moeten maken dat in zijn geval de redelijke termijn nog niet is verstreken.
Nadere toelichting (meer…)
Pensioen naar de knoppen
Zodra mensen zelf achter de pensioen-knoppen kunnen zitten, verandert hun keuzegedrag. Dit was een van de conclusies uit een onderzoek van Motivaction in opdracht van de Vereniging van Bedrijfstakpensioenfondsen (VB).
Waar in eerste instantie 73% van de respondenten aangeeft minder beleggingsrisico te willen lopen door meer te sparen in plaats van te beleggen, daalt dit percentage tot 39% wanneer de consequenties van die keuze worden getoond.
Door het tonen van de gevolgen voor de hoogte van de uitkering, daalt het aantal mensen dat eerder wil stoppen met werken met meer dan de helft, van 37% naar 17%. Het percentage dat langer wil doorwerken na het 65e jaar, stijgt juist van 21% naar 44%.
Een groep van ruim 500 werkende Nederlanders die pensioen opbouwen, werd de vraag voorgelegd welk belang zij hechten aan
- de hoogte van de premie,
- de hoogte van de uitkering,
- de pensioenleeftijd en
- ………….de mate van beleggingsrisico.
Direct daarna werd dezelfde vraag opnieuw gesteld, maar nu maakten de onderzoekers de effecten van de keuzes zichtbaar.
De ondervraagden konden aan drie knoppen draaien: premiehoogte, mate van beleggingsrisico en pensioenleeftijd. In een grafiek werd direct getoond wat de gemaakte keuzes betekenen voor de hoogte van het pensioen. Nu de effecten zichtbaar werden, veranderde ook de uitkomst. Het deel van de respondenten dat geen of minder beleggingsrisico wenst, daalde fors bij het tonen van de gevolgen die een meer risicoloze belegging heeft op de hoogte van het pensioen. Wanneer duidelijkheid wordt geboden over de opbrengsten en effecten van beleggen, wordt het beeld bij het publiek dus direct genuanceerder. (bron VB)
Zweedse pensioenen
Kunnen we leren van andere landen als het gaat om pensioen? We slaan ons geregeld trots op onze borst omdat we zo’n stabiel pensioengebouw hebben. Drie stevige pijlers. Maar de pijlers brokkelen af. De AOW-pijler is niet meer te betalen. De pensioenpijler kan de vergijzingslast nauwelijks meer dragen en de lijfrentepijler erodeert al net zo hard.
Hoe doen ze dat in bijvoorbeeld Zweden en wat zijn de voordelen? Is buurmans gras groener of moeten we onze knopen tellen en tevreden zijn met wat we hebben.
De Zweden hebben een flexibel pensioensysteem. Elke Zweed kan tussen zijn 61ste en 67ste op pensioen. Uiteraard zal men op zijn 61ste een kleiner pensioentje ontvangen dan wanneer men tot zijn 67ste werkt. Zweden kunnen ook kiezen om bv. op hun 62ste hun pensioen deeltijds op te nemen en deeltijds te blijven werken. Gemiddeld genomen werkt men in Zweden tot 63 jaar. De belastingverlaging van 22% voor het tewerkstellen van oudere werknemers en het “last in first out principe” verklaren mee waarom Zweden zolang bij hun werkgever blijven.
Men is over het algemeen geneigd om deeltijds pensioen op te nemen vanaf 61 met uitkeringen uit de tweede pijler (het aanvullend pensioen) en slechts vanaf 65 het wettelijk pensioen te cashen. En zelfs na die leeftijd kan een Zweed blijven bijverdienen. Daarmee bouwt hij ook nog eens extra pensioenrechten op. Het principe is even eenvoudig als duidelijk: je haalt uit het systeem wat je erin stak. Niet meer, maar ook niet minder. (meer…)
Afstandnemen van een afstandsverklaring
We hebben al eerder geschreven over het risico’s rondom een afstandsverklaring. Een afstandverklaring (voorbeeld) is een verzoek van de werknemer om niet mee te doen aan een pensioenregeling. Pensioen blijft echter in de aandacht, zowel positief als negatief. De kostenfactor van een pensioenregeling en de kwaliteit laten nog wel eens te wensen over. Een nauwkeurige blik op de afstandsverklaring is dus van belang. De meeste werkgevers hanteren een arbeidsvoorwaardenpakket dat uniform is voor alle werknemers. Alle werknemers – boven de toetredingsleeftijd- nemen dan deel in de pensioenregeling. Maar een enkele keer wil een werknemer geen pensioen. Wat dan?
Aanbod en aanvaarding
De werkgever is, sinds de Pensioenwet, verplicht om een nieuwe werknemer binnen een maand te laten weten of hij een pensioenaanbod zal doen. De werknemer kan dan beslissen of hij dat aanbod accepteert of afslaat. Als de werknemer het aanbod accepteert dan komt een pensioenovereenkomst tot stand.
Waarom afwijzen? (meer…)
Per saldo het einde van de Saldolijfrente
(Lijfrente) premies aftrekken is nog één van de weinige fiscale voordelen die het opbouwen van een aardige oudedagsvoorziening draagbaar maken. Daar verandert momenteel niets aan. Wel is een bij-product van deze lijfrenteaftrek de zogenaamde Saldolijfrente nu fiscaal zo beperkt dat deze niet meer zal worden gebruikt.
Wat zijn de opties:
1. U kunt jaarlijks wel de volledige lijfrentepremie aftrekken, en dat heeft u vanaf aanvang ook kunnen doen. Er verandert niets.
2. U kunt jaarlijks niet de volledige lijfrentepremie aftrekken. De premie die u niet kunt aftrekken is lager dan € 2.269,-. Dat is goed nieuws want over de niet afgetrokken premies hoeft u later als u een uitkering krijgt, geen belasting te betalen.
3. U kunt jaarlijks niet de volledige lijfrentepremie aftrekken. De premie die u niet kunt aftrekken is hoger dan € 2.269,-. Dat is slecht nieuws want de niet afgetrokken premies (boven de € 2.269,-) komen terecht in Box 1. Oftewel belasting betalen over belastingvrij geld.
4. Er bestaat een speciale regeling voor de periode 2001 tot en met 2008, de zogenaamde verruimde saldomethode.
Bijna iedereen zal dus afscheid gaan nemen van de saldolijfrente en overstappen van een Box 3 verzekering of banksparen. Een complexe wijziging met veel praktische haken en ogen. Bel even met ons voor antwoorden.
Grijze lijfrentekoek
U bent ouder dan 65 jaar en u hoort met pensioen te zijn maar u bent dat nog niet omdat u daar nog helemaal geen zin in heeft. Sterker nog: u vindt het leuk om door te werken en u verdient daar ook nog eens een aardig inkomen mee. Omdat u uw echte pensioenleeftijd nog even voor u uitschuift vraagt u zich af of over uw inkomen dat u verdient vanaf uw 65ste nog aanvullend pensioen op kunt bouwen.
Het antwoord is: NEE!
Tenminste: als we het hebben over het storten van bedragen (koopsommen) voor een lijfrenteverzekering of lijfrentespaarrekening, op basis van de jaarruimte:
De jaarruimte over 2009 is het maximale bedrag dat u in 2009 af mag trekken als lijfrentepremie vanwege een tekort in uw pensioenopbouw in 2008. Ook als u in loondienst normaal pensioen opbouwt, kunt u volgens de fiscale regels toch een tekort in uw pensioenopbouw hebben.
U hebt een tekort als u per jaar minder pensioen opbouwt dan nodig is om een oudedagsvoorziening (inclusief AOW) te krijgen van 70% van uw arbeidsinkomen. Hierbij wordt ervan uitgegaan dat u gedurende 35 jaar pensioen opbouwt. U mag uw lijfrentepremie aftrekken van de belasting omdat u deze gebruikt om het tekort in uw pensioenopbouw aan te vullen.
Als u op 1 januari van een jaar 65 jaar bent, dan hebt u vanaf dat jaar geen jaarruimte meer.
Leuker konden ze het niet maken bij de Belastingdienst.
Maar dit betekent gelukkig niet dat de lijfrentekoek daarmee definitief op is.
Aftrek in revisie
Stel u heeft in 2003 een lijfrenteverzekering afgesloten. De premies zijn steeds in aftrek gebracht op het inkomen. Nu is er contant geld nodig en u wil de lijfrente afkopen. Hoeveel inkomstenbelasting en hoeveel revisierente moet u hierover betalen?
Bij afkoop van een lijfrente moet de belastingplichtige de afkoopwaarde bijtellen bij zijn inkomen als negatieve uitgaven voor inkomensvoorzieningen. Daarnaast wordt de belastingplichtige geconfronteerd met revisierente. Revisierente wordt geheven om het door de Belastingdienst geleden renteverlies te compenseren. De belastingplichtige is in beginsel 20% revisierente verschuldigd over de waarde in het economische verkeer van de lijfrente. In beginsel, omdat er een tegenbewijsregeling geldt voor situaties waarbij de lijfrente binnen tien jaar na het afsluiten wordt afgekocht.
De tegenbewijsregeling houdt in dat een berekening wordt gemaakt van het rentenadeel dat de Belastingdienst heeft geleden, omdat er in het verleden – achteraf bezien ten onrechte – lijfrentepremieaftrek is genoten waardoor er te weinig inkomstenbelasting is betaald. Daarbij wordt uitgegaan van de heffingsrentepercentages. Als het bedrag van de berekende heffingsrente lager is dan de revisierente van 20%, dan wordt dit lagere bedrag in rekening gebracht. De belastingplichtige moet dit lagere bedrag zelf opnemen in zijn IB-aangifte onder ‘revisierente’.
Op de site van de Belastingdienst is een rekentool revisierente opgenomen voor de vaststelling van de revisierente bij afkoop binnen tien jaar na het afsluiten van de lijfrente. (meer…)
Een slag voor AOW-toeslag
De beslissingen rondom de aanpassing van de A
OW zijn uiteraard een besmet politiek onderwerp en zullen nu voorlopig niet meer op de agenda komen. De komende paar jaar zal er een status quo zijn en daarna zou het mij verbazen als er wel een doortastende AOW oplossing komt. “Het kabinet Wilders valt in 2017 over de AOW“ komt steeds dichterbij.
Ook de besparing door een beperking van de AOW-toeslag is sinds vorige maand gedeeltelijk van de baan.
AOW-ers met een jongere partner hebben onder voorwaarden recht op een AOW-partnertoeslag. In de begroting voor 2010 had de regering aangekondigd om dit recht op partnertoeslag af te schaffen voor mensen die in 2011 of later de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en een partner hebben die op dat moment 55 jaar of jonger is. In haar brief geeft de staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan dat deze afschaffing niet doorgaat. Mensen die tussen 2011 en 2015 de AOW-gerechtigde leeftijd bereiken en een jongere partner hebben, hebben nog steeds recht op de AOW-partnertoeslag. (meer…)
Vrijwillig pensioen na ontslag
Dagelijks buitelen politici over elkaar heen rondom het thema vergrijzing. Helaas verdwijnt al snel de duidelijk door het verwarrend gebruik van het woord “pensioen“. Het woord pensioen hoort alleen gebruikt te worden bij een arbeidsverhouding tussen werkgever en werknemer.
Tot zover de theorie. Uiteraard zijn er uitzonderingen. Zo komt een Gouden Handdruk voort uit een dienstbetrekking maar spreken we eigenlijk altijd over lijfrenterechten.
Maar ook vrijwillig pensioen is een hybride pensioenvorm. Dit is een nauwelijks bekende mogelijkheid om, tot 3 jaar na ontslag, pensioenpremies van de oude werkgever te blijven betalen en af te trekken. Er wordt overigens weinig gebruik van worden gemaakt.Er zijn namelijk nogal veel voorwaarden aan verbonden. Ook de praktische uitvoerbaarheid is lastig.
- De pensioenverzekeraar ligt vaak dwars,
- een colelctief pensioenproduct leent zich er meestal niet voor,
- de werkgever zit niet te wachten op een doorbetalende ex-werknemer en
- de adviseurs moeten zich suf rekenen om alles fiscaal en financieel in goede banen te leiden.
Toch blijft het voor een individuele werknemer, die bij zijn nieuwe baas geen pensioen krijgt, een fraaie mogelijkheid om de pensioenbreuk te verzachten. Bel ons dus als er ontslag is, of dreigt. We zoeken het graag even uit.
Hieronder een uitgebreide juridische casus voor de liefhebber met het vrijwillig doorbetalen van pensioenpremie als uitgangspunt. Helaas maakt de ex-werknemer de fout ook na drie jaar door te blijven betalen en die premie af te trekken als lijfrentepremie. (meer…)
