Pensioenleeftijd 68 jaar – De Emotie en alle Feiten

pensioenleeftijd 68 jaarDe emoties rondom de nieuwe pensioenleeftijd 68 jaar zullen (eindelijk) hoog oplopen in Nederland. Zie bijvoorbeeld de nieuwsuitzending EenVandaag. Langzaam begint de ongeïnteresseerde houding over pensioen zich te vertalen in gemor. Dat betekent dat er voor werkgevers een belangrijk taak komt te liggen over allerlei aspecten rondom de aanpassing van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar. Hieronder een uitgebreide uitleg over de aanpassingen. Wij zullen de komende maanden deze aanpassingen verder aanvullen.

Pensioenleeftijd 68 jaar

Het is goed te starten met een belangrijk verschil tussen de verschillende leeftijden:

  1. AOW leeftijd. Wettelijk vastgelegd en eenvoudig te berekenen bij SVB. AOW leeftijd berekenen.
  2. Pensioenrichtleeftijd. De datum waarop het pensioenkapitaal of de pensioenuitkeringen starten. Zie ook hieronder het bericht “De wettelijke achtergrond“. De pensioenrichtleeftijd is dus de leeftijd waarop men volgens de pensioenregeling met pensioen gaat. Op die leeftijd zijn alle fiscale grenzen van de pensioenregeling gebaseerd.
  3. De eigen pensioenleeftijd. Oftewel de leeftijd dat u of uw werknemers stoppen met werken en “met pensioen gaan“. Daarover staat in principe niets over in de pensioenwet. Die beslissing ligt bij u maar zal afhangen van de financiële situatie.

De woorden doen er toe bij de gesprekken over pensioen om een Babylonische spraakverwarring te vermijden.

  1. Pensioen is dus geen AOW (1e pijler).
  2. Pensioen is pensioen als er pensioen (2e pijler) op staat.
  3. Pensioen is geen lijfrente (3e pijler)

Werkgever is het “haasje”.

Alle pensioenwijzigingen moeten worden uitgevoerd door de werkgever. Deze is immers degene die een pensioenregeling heeft toegezegd. De verantwoordelijkheid ligt dus ook bij de werkgever om aan alle wettelijke eisen te voldoende en – en passant – de werknemers goed op de hoogte te houden. Een eenvoudig emailtje dat de pensioenrichtleeftijd van 67 jaar naar pensioenleeftijd 68 jaar wordt opgeschoven, is natuurlijk een oplossing. Maar….

  1. Welke financiële gevolgen heeft dat voor de pensioenlasten als werkgever?
  2. Moet ik als werkgever de OR inlichten over de pensioenleeftijd 68 jaar?
  3. Welke documenten moeten worden aangepast?
  4. Wilt u elke werknemer in dienst houden tot 68 jaar?
  5. Welke valkuilen zijn er gedurende het traject?

Het is goed te realiseren dat voor regelingen die niet fiscaal maximaal zijn, de verhoging van de pensioenleeftijd niet noodzakelijkerwijs tot een wijziging zal leiden. Zolang de huidige regeling binnen de geschetste fiscale begrenzingen blijft, is aanpassing niet nodig. 

Instemming nodig?

De wijziging pensioenrichtleeftijd van 67 jaar naar pensioenleeftijd 68 jaar is een fiscale mutatie en werkt in principe niet dwingend door in de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Op die nieuwe leeftijd zijn alle fiscale grenzen van de pensioenregeling gebaseerd. Als in de pensioenovereenkomst echter een ‘harde’ pensioendatum van 67 jaar overeengekomen is, zal deze dus aangepast moeten worden of de opbouw naar de toekomst toe verlaagd moeten worden. Om de pensioenrichtleeftijd te wijzigen (verhogen), zal daarom instemming nodig zijn van de werknemers en/of de ondernemingsraad (de ondernemingsraad heeft het instemmingsrecht bij een mutatie in de pensioenovereenkomst, art. 27 WOR). Ook de pensioenregeling zelf zal aangepast moeten worden.

Eigen bijdrage werknemers

Bij een verlaging van de pensioenpremie (door de verlenging van de looptijd tot 68 jaar) kunnen er ook gevolgen zijn voor de eigen bijdrage van de werknemers. Dit is de vergoeding die, veelal via de loonstrook, door een werkgever wordt ingehouden. Met een dergelijke vergoeding verlaagt een werkgever haar pensioenkosten. Door deze wijziging van 67 jaar naar 68 jaar zullen dus ook de eigen bijdrage van de werknemers verlaagd kunnen worden. De werkgever heeft dan een, op het oog, budgetneutrale wijziging doorgevoerd. Natuurlijk betaalt de werkgever in principe wel een jaar langer premie. 

Blijft ondanks bovenstaande verstandig de werknemers sterk te betrekken bij de wijziging van de pensioenregeling en dus instemming te vragen. Denk tevens aan het wijzigen van alle “bijkomende zaken” zoals de andere employee benefitsregeling, arbeidscontracten en personeelsinformatie. Een nieuwe eindleeftijd van 68 jaar heeft immers gevolgen voor een jaar langer dienstverband met alle positieve en negatieve gevolgen van dien. Natuurlijk is instemming vragen verstandig te doen in overleg met de pensioenuitvoerder en de pensioenadviseur.

Concept instemmingsbrief 2017-2018 werknemer keuzes 67 jaar of 68 jaar. Prijs maatwerk € 85,-. (Aanvraag concept)

Zelf rekenen

Bedrijfspensioen toelichtingWij hebben voor de kleine werkgever (tot 10 werknemers) een eenvoudige module gemaakt om de collectieve pensioenlasten te berekenen. De tarieven zijn gebaseerd op de 2018 beschikbare premiestaffel. Natuurlijk mag u minder toezeggen. Ook kunt u beslissen zijn om uw werknemers bij te laten dragen aan de pensioenregeling.

Interne kosten omzetting

  1. Pensioenadvies lijkt voor elke werkgever een noodzakelijk kwaad. De veranderingen zijn ingrijpend en zullen bij werknemers veel vragen oproepen.
  2. De communicatie naar alle stake-holders rondom de verhoging van de pensioenleeftijd 68 jaar, zal moeten worden opgezet.
  3. Verzekeraars, fondsen en pensioenadviseurs zullen nieuwe juridische documenten moeten maken voor deze aanpassing. Een (redelijk) compleet overzicht van alle pensioendocumenten rondom een pensioenregeling vindt u hier (download pdf). Denk eens aan
    1. Arbeidsovereenkomsten;
    2. Pensioenovereenkomsten;
    3. Personeelsgidsen, etc.
  4. Elk bedrijf zal haar administratiesystemen moeten aanpassen aan pensioenleeftijd 68 jaar.
  5. Verder zal er moeten worden gekozen of het opgebouwde pensioen geadministreerd blijft op 67 jarige leeftijd of actuarieel wordt omgerekend naar 68 jaar. Als de aanspraken niet worden omgerekend naar pensioenleeftijd 68 jaar kan het voorkomen dat iemand pensioenaanspraken heeft op allerlei verschillende pensioenrichtleeftijden zoals 60 jaar, 65 jaar, 67 jaar en 68 jaar. Pensioenuitvoerders en deelnemers (werknemers), zullen er niet blij mee zijn.
  6. Communiceer uitstel ook richting verzekeringsmaatschappijen. Veelal kunnen, met de juiste communicatie, ook achteraf nog wijzigingen in een pensioenregeling worden verwerkt.

Audio

Het Pensioengebouw een eenvoudige uitleg 10 minuten. Link en download

De oudere werknemer

  1. Ook de arbeidsovereenkomst zal vermoedelijk aangepast moeten worden wat betreft de pensioenleeftijd 68 jaar. Een handig idee is zodat de pensioenrichtleeftijd niet steeds hoeven aanpassen van de pensioenleeftijd is om gaan te sluiten bij de leeftijd volgens art. 18a Wet LB in de pensioenregeling en bijvoorbeeld de AOW-gerechtigde leeftijd in de arbeidsovereenkomst.
  2. Wel is het grote verschil tussen de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd een probleem. In 2018 is de AOW-leeftijd immers 66 jaar en de pensioenrichtleeftijd gaat nu naar 68 jaar. In veel arbeidsovereenkomsten is vastgelegd dat het dienstverband eindigt bij het bereiken van de AOW-leeftijd. Bij het bereiken van de AOW-leeftijd gaat de AOW-uitkering in, ontvangt men geen salaris meer, terwijl ook het pensioen nog niet is ingegaan. Bovendien kan de dekking voor het partnerpensioen en het arbeidsongeschiktheidspensioen in de periode vanaf de beëindiging van het dienstverband tot de ingang van het werkgeverspensioen komen te vervallen. Elke werknemer zelf kan dat soms zelf oplossen door eerder te stoppen of juist langer te werken. Zie hieronder het specifieke onderdeel “Het pensioengat AOW en pensioen
  3. Pensioenontslagbeding en de AOW leeftijd. Boeiend wordt in de toekomst de discussie die kan ontstaan als een werknemer langer wil werken dan 68 jaar omdat hij/zij onvoldoende pensioenrechten heeft opgebouwd. Zich beroepen op leeftijdsdiscriminatie is nog niet mogelijk maar lang zal dat niet duren voordat werkgevers hiermee geconfronteerd worden. Conflicterende mededelingen daarover in de arbeidsovereenkomst moeten dus op dit moment worden bekeken.
  4. Eerdere pensioenuitkeringen. Werknemers kunnen geconfronteerd worden met pensioenen die eerder gaan uitkeren terwijl het dienstverband nog niet beëindigd is. Met de deelnemers, uitvoerder en adviseur zullen daar oplossingen voor moeten worden gezocht in uitstel van de uitkeringen.
  5. Voor elke werkgever is het in elk geval van belang om beslissingen te nemen en een structurele personeelsplanning op te zetten. Werknemers zullen steeds langer in dienst blijven. Wat zijn de mogelijkheden van oudere werknemers aangevuld met ideeën waarmee wordt aangemoedigd dat oudere werknemers optimaal ingezet kunnen worden. Hiervoor zijn voldoende fiscale mogelijkheden. Denk dan aan arbeidsduurverkorting met behoud van salaris of pensioen bijsparen gecombineerd met een flexibele pensioendatum en deeltijdpensioen e.d.). Er zal steeds gezocht moeten worden naar maatwerk per werkgever. Een IT-bedrijf zal er anders naar kijken dan een metaalbedrijf. De pensioenleeftijd 68 jaar kan maar zo wijzigen in pensioenleeftijd 69 jaar, en hoe gaat de werkgever daar mee om.
  6. De overheid heeft verder een overbruggingsregeling (OBR) uitgewerkt voor diegene die door de verhoging van de AOW-leeftijd tijdelijk minder inkomen hebben.  Het SVB heeft een rekentool hier door hen uitgewerkt. 

Het pensioengat AOW en pensioen

Sinds 1 januari 2014 is de zogenoemde pensioenrichtleeftijd wettelijk gekoppeld aan de levensverwachting. De pensioenrichtleeftijd is een (reken)leeftijd die wordt gebruikt voor de berekening van de maximaal toegestane fiscale opbouw van pensioen via de werkgever. Op grond van de wet is de verhoging van de pensioenrichtleeftijd gekoppeld aan de door het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) geraamde levensverwachting (prognose CBS). Op 31 oktober 2016 heeft het CBS dit cijfer voor het jaar 2028 gepubliceerd. Dit geeft aanleiding om de pensioenrichtleeftijd per 1 januari 2018 te verhogen van 67 jaar naar 68 jaar.

Een verdere verhoging van de AOW-leeftijd in 2023 is vooralsnog niet te verwachten en blijft 67 jaar en 3 maanden. (CBS 2023). Als gevolg van de verhoging van de AOW- en pensioenrichtleeftijd kan een groter inkomenstekort (pensioengat) ontstaan omdat het van het verschil tussen de AOW-gerechtigde leeftijd en de pensioenleeftijd toeneemt.

De wettelijke achtergrond

In een op 21 december 2016 gepubliceerd besluit is vastgelegd dat de pensioen-richtleeftijd per 1 januari 2018 wordt verhoogd naar pensioenleeftijd 68 jaar. Artikel 18a lid 6 Wet op de loonbelasting 1964 (hierna Wet LB) wordt hiervoor wettelijk aangepast. Deze verhoging ontstaat door de gestegen levensverwachting. Elk jaar wordt berekend of de pensioenrichtleeftijd omhoog bijgesteld moet worden. Die verhoging van de pensioenrichtleeftijd is een vaststaande formule volgens art. 18a lid 11 Wet LB. Als uit deze berekening blijkt dat de pensioenrichtleeftijd moet stijgen, moet dit te worden aangegeven in het jaar voor invoering. Dat is de reden voor het besluit eind 2016 en de invoering per 1 januari 2018. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar per 1 januari 2018 was in 2014 al besloten dus moet, in theorie voor iedereen bekend zijn.

Gelijke behandeling. Het College voor de Rechten van de Mens (voorheen de Commissie Gelijke Behandeling) hanteert de vaste lijn dat een beschikbare premie op basis van de fiscale 4%- of 3%-staffel (2018) geen leeftijdsdiscriminatie oplevert.

Is de wijziging van 67 jaar naar 68 jaar verplicht?

De wijziging van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar is een fiscale wijziging en werkt in beginsel niet dwingend door in de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Als in de pensioenovereenkomst een ‘harde’ pensioendatum van 67 jaar is overeengekomen zal deze dus aangepast moeten worden of de opbouw naar de toekomst toe dient verlaagd te worden. En zoals gezegd, om de pensioenrichtleeftijd te verhogen, zal toestemming nodig zijn van de werknemers en/of de ondernemingsraad.

Niet aanpassen heeft natuurlijk ook administratief tot gevolg dat de aanspraken niet worden omgerekend naar 68 jaar en dat werknemers pensioenaanspraken hebben op 60 jaar, 65 jaar, 67 jaar en 68 jaar.

Wees er attent op dat voor regelingen die niet fiscaal maximaal zijn, de verhoging van de pensioenleeftijd niet noodzakelijkerwijs tot een wijziging hoeft te leiden. Zolang de huidige regeling binnen de fiscale begrenzingen blijft is aanpassing niet nodig.  De  2018 beschikbare premie staffels zijn inmiddels bekend. Hier vindt u ze.

Arbeidscontract en pensioendatum

Een werkgever mag wettelijk het arbeidscontract ontbinden op de AOW- of pensioenleeftijd. Daar is geen toestemming voor nodig van de UWV of de kantonrechter. Wel zal hij zich moeten houden aan de afgesproken opzegtermijn. In een arbeidscontract kunnen overigens andere afspraken staan bijvoorbeeld doordat er CAO-afspraken van toepassing zijn.

Praktisch zullen er dus verschillen kunnen ontstaan door verschillen door de verschillende data. Zo is er de pensioen-ontslag datum, de AOW-leeftijd en de pensioenrichtleeftijd in de pensioenregeling.

Arbeidsongeschiktheid en Pensioenleeftijd 68 jaar

Geef extra aandacht aan de verzekerde arbeidsongeschiktheidsuitkeringen. Vergeet daarbij niet de premievrijstelling bij arbeidsongeschiktheid die moet zorgen voor voortgang van de pensioenopbouw bij arbeidsongeschiktheid. Nadat een werknemer arbeidsongeschikt is geworden, liggen de einddata van de uitkeringen en voorzieningen vast. Toekomstige veranderingen in de AOW-leeftijd en pensioenrichtleeftijden kunnen dus nieuwe (niet te repareren) financiële hiaten veroorzaken. Nu reeds zijn er veel arbeidsongeschikten waarbij de uitkering stopt op 65 jaar terwijl de AOW- en pensioenuitkering pas vele maanden later starten.

Aanpassing van de huidige pensioentoezegging

Op 2 manieren kan de wijziging pensioenleeftijd 68 jaar worden doorgevoerd.

  1. De pensioenleeftijd wordt verhoogd naar 68 jaar. De fiscaal maximaal toegestane opbouwpercentages voor een eindloon- en een middelloonregeling mogen dan ongewijzigd blijven. Voor de werkgevers die een beschikbare premieregeling hebben zal de regeling wel moeten worden aangepast. Zie hieronder.
  2. De pensioenleeftijd wordt niet verhoogd, maar blijft ongewijzigd. De fiscaal maximaal toegestane opbouwpercentages voor een eindloon- en een middelloonregeling worden verlaagd

Staffel 3% tabel 1 2018

Sub 2. Verlaging opbouwpercentages

Pensioenleeftijd volgens pensioenregeling Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een middelloonstelsel Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een eindloonstelsel
68 1,875 1,657
67 1,738 1,535
66 1,614 1,426
65 1,502 1,327
64 1,400 1,237
63 1,307 1,155
62 1,222 1,080
61 1,145 1,011
60 1,073 0,949

Aanpassing van de aanwezig “oude” pensioenleeftijden

Door de wijzigen van de pensioenleeftijd naar 68 jaar is het nodig om te denken aan de opgebouwde pensioenen met een eerdere pensioenleeftijd dan 68 jaar. Deze gaan in op de in de pensioenregeling vastgestelde pensioenleeftijd. Dat betekent dat er dan een situatie ontstaat dat een werknemer pensioen ontvangt, terwijl deze nog doorwerkt. Als dit niet de bedoeling is, zullen deze opgebouwde pensioenen moeten worden uitgesteld en omgerekend in pensioenaanspraken met pensioenleeftijd 68 jaar.  Tevens zal er dan rekening moeten worden gehouden met de uitspraak van 8 november 2017 inzake waardeoverdracht en verlies van  pensioenrechten van een werknemer zonder instemming.

De DGA en de pensioenregeling

Nadat er in juli 2017 een einde kwam aan de verdere pensioenopbouw in de eigen BV van een Directeur Grootaandeelhouder kiezen DGA’s voor het extern bij een pensioenverzekeraar opbouwen van een basis voorziening. Ook voor hen geldt, zoals bij “gewone” werknemers de nieuwe 2018 fiscale wetgeving rondom pensioenrichtleeftijd 68 jaar. Er is dus voor de DGA een aanpassing van de pensioenregeling (en de onderliggende pensioenovereenkomst) nodig om te voldoen aan de wetgeving en te zorgen dat er geen bovenmatig pensioen wordt opgebouwd (onzuivere handelingen).

DGA pensioen online berekenen

Uitstellen beslissing

Formeel is er geen noodzaak te kiezen voor 68 jaar als nieuwe pensioenrichtleeftijd. Blijft de pensioenrichtleeftijd 67 binnen de fiscale kaders dan is daar wettelijk geen probleem. Het is echter verstandig te overleggen met de bestaande pensioenverzekeraar als die keuze overwogen wordt. Elke pensioenverzekeraar heeft haar eigen beleid hoe zij omgaan met de aanpassingen. Een aantal pensioenverzekeraars neemt bijvoorbeeld het initiatief om te werken met een negatieve optie. Dat betekent dat zonder een werkgevers reactie zullen zij de pensioenregeling aanpassen van pensioenrichtleeftijd 67 jaar naar pensioenrichtleeftijd 68 jaar. Een enkeling geeft aan dat er geen andere pensioenrichtleeftijd mogelijkheid is binnen de bestaande producten. Het is daarentegen te verwachten dat, als de beslissing later wordt genomen, de meeste pensioenverzekeraars uitvoering zullen geven aan de wens tot aanpassing.


Het ADP met interessante invalshoeken.

Ondernemingsraad-pensioen

Laat uw reactie achter