Pensioenleeftijd 68 jaar – De Emotie en alle Feiten

pensioenleeftijd 68 jaarDe emoties rondom de nieuwe pensioenleeftijd 68 jaar zullen (eindelijk) hoog oplopen in Nederland. Zie bijvoorbeeld de  nieuwsuitzending EenVandaag van augustus 2017. Langzaam begint de ongeïnteresseerde houding over pensioen zich te vertalen in gemor. Dat betekent dat er voor werkgevers een belangrijk taak komt te liggen over allerlei aspecten rondom de aanpassing van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar. Hieronder een uitgebreide uitleg over de aanpassingen. Wij zullen de komende maanden deze aanpassingen verder aanvullen.

Pensioenleeftijd 68 jaar

Het is goed te starten met een belangrijk verschil tussen de verschillende leeftijden:

De woorden doen er toe bij de gesprekken over pensioen om een Babylonische spraakverwarring te vermijden.

  1. Pensioen is dus geen AOW (1e pijler).
  2. Pensioen is pensioen als er pensioen (2e-pijler) op staat.
  3. Pensioen is geen lijfrente (3e pijler)

Werkgever is het “haasje”.

Alle pensioenwijzigingen moeten worden uitgevoerd door de werkgever. Deze is immers degene die een pensioenregeling heeft toegezegd. de verantwoordelijkheid ligt dus ook bij de werkgever om aan alle wettelijke eisen te voldoende en – en passant – de werknemers goed op de hoogte te houden. Een eenvoudig emailtje dat de pensioenrichtleeftijd van 67 jaar naar pensioenleeftijd 68 jaar wordt opgeschoven,  is natuurlijk een oplossing. Maar….

  1. Welke financiële gevolgen heeft dat voor de pensioenlasten als werkgever?
  2. Moet ik als werkgever de OR inlichten over de pensioenleeftijd 68 jaar?
  3. Welke documenten moeten worden aangepast?
  4. Maar wilt u zelf elke werknemer ook in dienst houden tot 68 jaar?
  5. Welke valkuilen zijn er gedurende het traject? e.d.

Het is goed te realiseren dat voor regelingen die niet fiscaal maximaal zijn, de verhoging van de pensioenleeftijd niet noodzakelijkerwijs tot een wijziging zal leiden. Zolang de huidige regeling binnen de geschetste fiscale begrenzingen blijft, is aanpassing niet nodig. 

Instemming nodig?

De wijziging pensioenrichtleeftijd van 67 jaar naar pensioenleeftijd 68 jaar is een fiscale mutatie en werkt in principe niet dwingend door in de pensioenovereenkomst tussen werkgever en werknemer. Zoals gezegd: “Op die leeftijd zijn alle fiscale grenzen van de pensioenregeling gebaseerd.” Als in de pensioenovereenkomst een ‘harde’ pensioendatum van 67 jaar is overeengekomen zal deze dus aangepast moeten worden of de opbouw naar de toekomst toe dient verlaagd te worden. Om de pensioenrichtleeftijd te wijzigen (verhogen), zal daarom instemming nodig zijn van de werknemers en/of de ondernemingsraad (de ondernemingsraad heeft het instemmingsrecht bij een mutatie in de pensioenovereenkomst, art. 27 WOR). Ook de pensioenregeling zelf zal aangepast moeten worden. natuurlijk is het verstandig dit te doen in overleg met de pensioenuitvoerder.

Interne Kosten omzetting

De oudere werknemer

De wettelijke achtergrond

In een op 21 december 2016 gepubliceerd besluit is vastgelegd dat de pensioen-richtleeftijd per 1 januari 2018 wordt verhoogd naar pensioenleeftijd 68 jaar. Artikel 18a lid 6 Wet op de loonbelasting 1964 (hierna Wet LB) wordt hiervoor wettelijk aangepast. Deze verhoging ontstaat door de gestegen levensverwachting. Elk jaar wordt berekend of de pensioenrichtleeftijd omhoog bijgesteld moet worden. Die verhoging van de pensioenrichtleeftijd is een vaststaande formule volgens art. 18a lid 11 Wet LB. Als uit deze berekening blijkt dat de pensioenrichtleeftijd moet stijgen, moet dit te worden aangegeven in het jaar voor invoering. Dat is de reden voor het besluit eind 2016 en de invoering per 1 januari 2018. De verhoging van de pensioenrichtleeftijd naar 68 jaar per 1 januari 2018 was in 2014 al besloten dus moet, in theorie voor iedereen bekend zijn. Gezien de pittige reacties in de media komt het voor velen toch als een verrassing.

Aanpassing van de huidige pensioenregeling

Op 2 manieren kan de wijziging pensioenleeftijd 68 jaar worden doorgevoerd.

  1. De pensioenleeftijd wordt verhoogd naar 68 jaar. De fiscaal maximaal toegestane opbouwpercentages voor een eindloon- en een middelloonregeling mogen dan ongewijzigd blijven. Voor de werkgevers die een beschikbare premieregeling hebben zal de regeling wel moeten worden aangepast. Zie hieronder.
  2. De pensioenleeftijd wordt niet verhoogd, maar blijft ongewijzigd. De fiscaal maximaal toegestane opbouwpercentages voor een eindloon- en een middelloonregeling worden verlaagd

Sub 1.

Leeftijdsklassen tot 68 jaar Percentage van de pensioengrondslag (opbouw gericht op 1,875% per dienstjaar bij middelloonstelsel)
OP OP en uitgesteld opgebouwd PP OP en direct ingaand opgebouwd PP OP en direct ingaand bereikbaar PP
15 tot en met 19 3,2 3,8 4,4 4,6
20 tot en met 24 3,7 4,4 5,0 5,4
25 tot en met 29 4,5 5,4 6,1 6,6
30 tot en met 34 5,5 6,5 7,3 7,8
35 tot en met 39 6,7 8,0 8,9 9,3
40 tot en met 44 8,1 9,7 10,7 11,2
45 tot en met 49 9,9 11,9 13,0 13,6
50 tot en met 54 12,1 14,5 15,7 16,4
55 tot en met 59 14,9 17,9 19,0 19,8
60 tot en met 64 18,6 22,3 23,1 23,7
65 tot en met 67 22,2 26,8 27,1 27,3

Sub 2. Verlaging opbouwpercentages

Pensioenleeftijd volgens pensioenregeling Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een middelloonstelsel Maximaal opbouwpercentage ouderdomspensioen in een eindloonstelsel
68 1,875 1,657
67 1,738 1,535
66 1,614 1,426
65 1,502 1,327
64 1,400 1,237
63 1,307 1,155
62 1,222 1,080
61 1,145 1,011
60 1,073 0,949

 


Het ADP met interessante invalshoeken.

 

Ondernemingsraad-pensioen

Laat uw reactie achter