17 Broodfonds nadelen

Hieronder de 17 broodfonds nadelen. De voordelen van een broodfonds kunt u ondermeer hier vinden.

Broodfonds nadelen

Een broodfonds is kleine vereniging van ondernemers met veel sociale onderlinge kenmerken. U wordt als ondernemer bijna altijd geaccepteerd. Het wordt ook weleens betiteld als een schenkkring.

Het broodfonds keert uit als een deelnemer zelf vindt dat hij/zij door ziekte een financiële ondersteuning nodig heeft van de andere ondernemers. Er is alleen een schenking bij kortlopende ziekte (maximaal 2 jaar). Daarna stopt de hulp van de andere ondernemers.

De 17 Broodfonds nadelen

  1. Een broodfonds is gebaseerd op onderling vertrouwen. Dat werkt prima als er een overzichtelijke kleine groep ondernemers is. Maar een broodfonds heeft minimaal 20 ondernemers nodig maar de gemiddelde grootte van 44 deelnemer is veel gebruikelijker. Dat betekent dat u er vertrouwen in moet hebben dat 43 andere ondernemers hetzelfde over de vereniging denken en dezelfde moraliteit hebben, dan u doet. 
  2. De vereniging bepaalt zelf de regels. Soms is er bijvoorbeeld ballotage van nieuwe deelnemers of welke ziekten wel/niet een schenking van de andere leden krijgen (zoals bijvoorbeeld wel/niet een uitkering bij rouwverwerking of depressie). U heeft daar slechts beperkt invloed op.
  3. Binnen een broodfonds wordt financieel geen rekening gehouden met de gezondheid of beroep. Een zwaarlijvige rokende beroepschauffeur heeft dus dezelfde rechten als een sportende gezonde  grafisch ontwerper.
  4. De leeftijd is ook geen criterium. Oudere ondernemers hebben dus, ondanks de hogere arbeidsongeschiktheidskans, ook recht op een bijdrage van de andere ondernemers. Dus 62 jaar of 26 jaar; er is geen verschil. De broodfonds nadelen bij verschillende leeftijden kunnen dus extra zwaar meetellen.
  5. Broodfondsen zijn (vooral ook) interessant voor ondernemers die bij een verzekeringsmaatschappij medisch niet geaccepteerd zijn. Dat betekent dat de andere ondernemers dus verhoudingsgewijs een hoger dan normaal risico lopen dat zij de beurs moeten trekken om bij ziekte die ondernemer te ondersteunen.
  6. De inkomenszekerheid die een broodfonds biedt, is niet te vergelijken met de toezeggingen van verzekeraars. Een broodfonds geeft geen garantie op de uitkering. Door de strenge financiële voorwaarden waar verzekeraars aan moeten voldoen, kunnen zij harde garanties geven op een uitkering. Broodfondsen hebben beperkte buffers. Als het geld op is, kan er niets meer worden uitgekeerd. Dat maakt broodfondsen vooral in de eerste jaren, als de buffers nog opgebouwd worden, kwetsbaar. Zijn de buffers nog beperkt of worden veel leden ziek, dan krijgen de zieken niet de uitkering waar ze op rekenden.
  7. Beoordeling of een deelnemer ziek is niet objectief want dat bepaalt de deelnemer zelf.
  8. Zwangerschap zal het broodfonds meestal geen reden zijn om andere ondernemers te vragen bij te dragen. Verzekerde uitkeringen kent deze broodfonds nadelen meestal niet.
  9. Daarnaast is de duur van de uitkering van groot belang. Een AOV biedt een uitkering zolang de ziekte duurt, tot uiterlijk de pensioenleeftijd, terwijl een broodfonds maximaal twee jaar uitkeert. Zonder arbeidsongeschiktheidsverzekering na 2 jaar komt u dus al snel in de “bijstand” terecht.
  10. Een uitkering is meestal maximaal € 2.500,- per maand. Uw behoefte kan veel hoger zijn.
  11. Het kiezen voor een broodfonds is vaak sterk afhankelijk van de financiële kennis van de belanghebbende. Ook de leden van een broodfonds hebben niet altijd de kennis om te helpen en te adviseren bij, soms ingewikkelde financiële situaties als u ziek wordt en ziek blijft.
  12. Privacy t.o.v. andere ondernemers kan onplezierig zijn. Een terechte, of onterecht gevoelde morele druk bij ziekte door de leden kan van invloed zijn op ziekherstel.
  13. De inleggelden die u spaart en/of schenkt zijn fiscaal niet aftrekbaar. Alles binnen een Broodfonds speelt zich af in box 3. Financieel zijn dit dus grote broodfonds nadelen.
  14. Kosten bij aanvang zijn vaak relatief hoog. € 500,- als eenmalige entreekosten zijn geen uitzondering.
  15. De doorlopende kosten zijn vaak op jaarbasis ook stevig. Reken op € 120,- per jaar.
  16. Zwakke financiële positie in de beginjaren van een fonds. Dus onvoldoende zekerheid dat er wordt uitgekeerd. Bij aanvang is er dus principieel te weinig buffer (oorzaak te weinig deelnemers en teveel zieken). praktisch kan dat betekenen dat direct al bij aanvang moet worden bijgestort bij snelle ziekte gevallen.
  17. Een broodfonds zal extra tijdsinvestering vragen. Vergaderingen en wijzigingen binnen een broodfonds kosten veel tijd. En tijd is geld.

Cijfers

  1. Er zijn 5 miljoen zelfstandigen;
  2. 2 van de 3 ondernemers zijn niet verzekerd voor arbeidsongeschiktheid;
  3. 35% heeft een arbeidsongeschiktheidsverzekering AOV. Soms privé of via een deeltijd werknemerschap of als DGA/vennoot/ZZP/maten etc.
  4. 1% van de zelfstandigen zit bij een broodfonds 15000 leden.
  5. 400 broodfondsen met bij elkaar zo’n 17.000 leden dus gemiddeld 44 leden;
  6. Gemiddeld willen ondernemers 150 euro voor een AOV uitgeven (range van 80 tot 250 per maand);
  7. 25% van de – niet verzekerde – ondernemers wil de komende jaren een arbeidsongeschiktheidsverzekering gaan afsluiten.

Audio

Het afsluiten van een arbeidsongeschiktheidsverzekering (AOV) is echter lastig. Hier een audio uitleg met goede basis informatie, tips en een premieindicatie van een arbeidsongeschiktheidsverzekering. De broodfonds nadelen komen daarbij duidelijk naar voren.


Premie voor een AOV

De kosten rondom het advies voor het afsluiten van een “normale” arbeidsongeschiktheidsverzekering komen overeen met de kosten van een broodfonds. De premie voor starten ondernemers komt vaak niet veel hoger dan € 150,- – € 250,- per maand. Fiscaal aftrekbaar terwijl dat gemis duidelijk te voorschijn komt bij de broodfonds nadelen. Uiteraard loopt de prijs op als er hogere bedragen of extra voorwaarden worden gevraagd. Er zitten veel knoppen aan een arbeidsongeschiktheidsverzekering (pdf)

Combinatie Broodfonds en arbeidsongeschiktheidsverzekering

Veel ondernemers hebben gemengde gevoelens bij een AOV. Deze biedt inkomenszekerheid bij ziekte, maar daar hangt een prijskaartje aan en de voorwaarden variëren flink. Vandaar dat een combinatie de goede verhouding kan zijn tussen de Broodfonds nadelen en de voordelen van verzekerde risico’s via een verzekeringsmaatschappij. Zo zal een arbeidsongeschiktheidsverzekering met een wachttijd van 2 jaar een goede combinatie kunnen zijn voor een liefhebber van broodfondsen.

Een complexe AOV oplossing

Ondernemers zien de AOV vaak als een prijzig en complex product. Ze voeren onder meer de volgende redenen aan om geen AOV af te sluiten:

  1. Een AOV is een complex financieel product voor een complex financieel probleem. Ondernemers moeten zich goed laten adviseren en dit brengt kosten met zich mee. 
  2. AOV’s, zeker met een volledige dekking, zijn kostbaar. Zeker bij de start kan worden gekozen voor een beperkte verzekeringsdekking en dus een instappremie.
  3. Bij verzekeringen die geen volledige dekking bieden, lopen ondernemers het risico dat ze bij ziekte geen aanspraak kunnen maken op een uitkering. Dat zijn persoonlijke keuzes die ook afhankelijk zijn hoe belangrijk een zekere uitkering is.
  4. Dat broodfondsen nadelen veel minder bekend zijn, is mogelijk een belangrijke verklaring voor hun stijgende populariteit. Momenteel is 1% van de ondernemers aangesloten bij een broodfonds.
  5. De broodfonds nadelen moeten echter glashelder zijn voordat een dergelijke keuze genomen wordt. Bij daadwerkelijke arbeidsongeschiktheid is de gemaakte keuze uit het verleden niet meer aan te passen.

Lars van Beers

Een ZZP-er die arbeidsongeschikt wordt. Het indrukwekkende verhaal van Lars van Beers. De uitzending over Lars de Beer via Eenvandaag. Indrukwekkend en hopelijk een aanvulling voor de ZZP-ers die nadenken over broodfondsen en hun eigen financiële risico’s bij ziekte en langdurige ziekte (arbeidsongeschiktheid).

 

 

Ziekte en arbeidsongeschiktheid

Laat uw reactie achter