Onzuivere verboden handelingen pensioen voorkomen en oplossen

verboden handelingen pensioenWees bedacht op Verboden handelingen pensioen, dat kan u duur komen te staan. Een beetje eufemistisch noemen ze dat de pensioenregeling dan onzuiver wordt. Onzuivere verboden handelingen pensioen kunnen u duur komen te staan

De gehele waarde van het pensioen wordt namelijk bij een onzuivere verboden handelingen pensioen direct bij uw loon geteld. Daarbovenop komt nog een heftige revisierente boete van 20%. Een fout in de pensioenregeling kan dus extreme financiële nadelige gevolgen hebben.

Een klein foutje dat is toch niet erg…..“.

Proportionaliteit?

Proportionaliteit is echter een begrip dat de belastingdienst nauwelijks kent. 1 euro teveel pensioenopbouw dan gaat meestal  het gehele pensioenwaarde direct volledig naar de filistijnen. Het is nog vrij ingewikkeld aan te geven wanneer er sprake is van onzuivere handelingen pensioenregeling. Afkoop, vervreemding, prijsgeven, zekerheidstelling, te hoge opbouw, incorrecte pensioenovereenkomst, etc.  Zeker met alle wetswijzigingen wordt het de komende jaren een financieel feest voor de belastingdienst. Meer juridische zaken.

DGA pensioen premieberekening

De theorie verboden handelingen pensioen

Er is sprake van een onzuivere pensioenregeling indien de regeling in strijd komt met de voorwaarden die de Wet LB 1964 verbindt aan de vrijstelling van een pensioenaanspraak. De aanspraak wordt dan aangemerkt als loon uit vroegere dienstbetrekking (art. 19b Wet LB 1964). De waarde in het economisch verkeer wordt als loon in aanmerking genomen (art. 13 lid 1 Wet LB 1964). De heffing over de waarde in het economisch verkeer wordt nog vermeerderd met 20% revisierente (art. 30i lid 1 onderdeel a en lid 2 AWR). De verzekeraar is inhoudingsplichtig. Houdt de verzekeraar geen loonbelasting in, dan kan hij op grond van art. 44b lid 1 IW 1990 aansprakelijk worden gesteld, tot ten hoogste de waarde in het economisch verkeer, voor de belasting die ter zake door de verzekeringnemer of gerechtigde verschuldigd is, alsmede voor de verschuldigde revisierente. Overigens is het onder bepaalde omstandigheden mogelijk op verzoek van de belastingplichtige de revisierente te stellen op een lager bedrag dan 20% (art. 30i lid 3 AWR). In geval van oneigenlijke handelingen ten aanzien van beroepspensioen, zoals bijvoorbeeld afkoop, vindt eveneens bijtelling bij het inkomen als negatieve uitgave voor inkomensvoorzieningen plaats, ter grootte van de waarde in het economisch verkeer van de pensioenaanspraak (art. 3.135 en 3.137 Wet IB 2001). De heffing wordt vermeerderd met 20% revisierente over deze waarde (art. 30i AWR).

Pensioen collectief premieberekening

Afkoopverbod is onzuiverheid

Van onzuiverheid kan al sprake zijn indien het afkoopverbod, in afwijking van het voorschrift van art. 18 Wet LB 1964, niet is opgenomen in de pensioenregeling. Een andere vorm van verboden handelingen pensioen is een bovenmatig pensioen. Een pensioen is bovenmatig wanneer de hoogte van het pensioen boven de grenzen uitkomt die de Wet LB 1964 heeft gesteld. Het is mogelijk om een bovenmatig pensioen te splitsen in een zuiver en onzuiver gedeelte (art. 18 lid 3 Wet LB 1964). Een van de voorwaarden is dat de inhoudingsplichtige, uiterlijk op het moment dat de fiscale grenzen voor het eerst gaan worden overschreden, zich meldt bij de fiscus. Praktisch gezien zijn deze regeling en de bijbehorende nadere voorwaarden (art. 60 Uitv.reg. LB 2001) onuitvoerbaar. Indien splitsing van een bovenmatig pensioen niet op genoemde wijze plaatsvindt, zal de gehele aanspraak tot het loon worden gerekend (art. 19b Wet LB 1964).

Verboden handelingen pensioen

Art. 19b Wet LB 1964 noemt ook expliciet een aantal handelingen die tot onzuiverheid van de pensioenregeling leiden. Deze ‘verboden handelingen pensioen’ zijn:

  1. afkoop en vervreemding van pensioenrechten;
  2. pensioenrechten worden formeel of feitelijk voorwerp van zekerheid (tenzij dit geschiedt in het kader van uitstel van betaling van een conserverende aanslag);
  3. afzien van voor verwezenlijking vatbare pensioenrechten die zijn ondergebracht bij een eigenbeheerlichaam;
  4. overdracht van pensioen naar een niet-toegestane pensioenuitvoerder.

Afkoop van pensioenrechten

Afkoop van pensioenrechten is op grond van de Pensioenwet in een aantal gevallen mogelijk. Deze vormen van afkoop c.q. vervreemding of vermindering van het pensioen worden fiscaal niet gesanctioneerd (zie art. 19b Wet LB 1964):

  1. afkoop in het kader van waardeoverdracht naar een toegestane uitvoerder (zie de art. 70 tot en met 91 PW);
  2. afkoop van kleine pensioenen (in 2008 maximaal € 406 op jaarbasis, zie de art. 66, 67 en 68 PW);
  3. afkoop van het gedeelte van het pensioen uit hoofde van een beschikbarepremieregeling dat boven de fiscale 100%-grens uitkomt (art. 69 PW);
  4. vervreemding van het bijzonder partnerpensioen (art. 57 lid 5 PW);
  5. vermindering van het pensioen in verband met de financiële positie van het pensioenfonds (art. 57 lid 5 PW).

Door de overdracht van DGA-pensioen van een professionele verzekeraar naar een eigenbeheerlichaam kan een ‘bovenmatig’ gedeelte ontstaan vanwege de beperkingen die gelden uit hoofde van art. 10c Uitv.besl. LB 1965 (zie par. 3.4.1). Onder de werking van de PSW was het toegestaan om dit ‘bovenmatige’ gedeelte af te kopen (art. 4a Afkoopregeling PSW). Met de invoering van de PW is hier niets meer voor geregeld. Fiscaal gezien kan in dit geval geen sprake zijn van afkoop. Het ‘fiscaal bovenmatige’ gedeelte verdwijnt automatisch uit de pensioensfeer en zal tot het belaste loon van de DGA behoren. (De verdere opbouw van pensioen in eigen beheer is sinds juli 2017 niet meer toegestaan)

Een afkoop van kleine pensioenen door een DGA is fiscaal niet toegestaan. Immers art. 19b lid 4 Wet LB 1964 laat een dergelijke afkoop alleen toe als sprake is van een afkoop in de zin van de PW.

Vervreemding van pensioenaanspraken in het kader van de pensioenverdeling bij echtscheiding is onder voorwaarden toegestaan (art. 19b lid 3 Wet LB 1964).

Prijsgeven van pensioenrechten

Een pensioenregeling dient niet alleen een afkoopverbod te bevatten, maar ook een verbod op het prijsgeven van pensioenaanspraken (art. 18 lid 1 onderdeel b Wet LB 1964). Ontbreekt een dergelijk verbod, dan is de pensioenregeling onzuiver en kan op grond van art. 19b lid 1 onderdeel a Wet LB 1964 heffing plaatsvinden. Indien het verbod niet wordt nageleefd en de pensioengerechtigde het recht op pensioen prijsgeeft, leidt dit tot sancties indien het pensioen is ondergebracht bij een eigenbeheerlichaam (art. 19b lid 1 onderdeel c Wet LB 1964). Par. 3.4.5 gaat nader in op het prijsgeven van pensioenrechten bij eigenbeheerlichamen. (bron dl)

(De verdere opbouw van pensioen in eigen beheer is sinds juli 2017 niet meer toegestaan)

DGA pensioen premieberekening

Uitspraak Gerechtshof afzien pensioen

Het Gerechtshof Amsterdam heeft op 10 juli 2014 een uitspraak gedaan in een situatie waarbij na de ingangsdatum van het pensioen (65 jaar) er geen pensioen werd uitgekeerd aan de pensioengerechtigde directeur aandeelhouder (dga).

De casus
In 1989 werd een pensioen toegezegd aan de dga. In de pensioenbrief was overeengekomen dat de BV een pensioen zou aankopen ter grootte van het op de pensioendatum (65 jaar) gereserveerde bedrag bij een verzekeringsmaatschappij. Op 12 juli 2008 werd de dga 65 jaar. Op 31 december 2007 had de BV € 668.505 gereserveerd als pensioenvoorziening op de fiscale balans. In 2008 en volgende jaren werd echter geen pensioen uitgekeerd aan de dga. Bovendien ontbrak de pensioenvoorziening op de fiscale balansen 2008 en 2009 en had de BV geen pensioen aangekocht bij een verzekeringsmaatschappij.

Het geschil
De inspecteur oordeelde dat sprake was van afkoop van pensioen en legde een naheffingsaanslag op. Hij verhoogde het inkomen met de commerciële waarde ad € 964.777 en verhoogde de belastingheffing met 20% revisierente en 25% verzuimboete. (Bij een toptarief van 52% betekent dit een totale heffing van 97%.)

Volgens de dga was het niet opnemen van de pensioenvoorziening op de fiscale balans een administratieve fout (deze was wel vermeld op de vennootschappelijke balans) en was het pensioen niet voor verwezenlijking vatbaar wegens een claim van de ING voor de garantstelling van zijn zoon.

Beslissing Gerechtshof
Het Hof concludeerde dat inderdaad sprake was van een administratieve fout, maar dat het pensioen wel voor verwezenlijking vatbaar was. Verder concludeerde het Hof dat het pensioen onzuiver was geworden door het niet uitbetalen van het pensioen.

Volgens het Hof verrichtte de dga vanaf de pensioendatum geen werkzaamheden meer voor de BV. Hieruit concludeerde het Hof dat de dienstbetrekking kennelijk was geëindigd. Uitstel van pensioen is dan niet mogelijk, waardoor het pensioen onzuiver was geworden en de waarde van het pensioen in 2008 tot het loon van de dga diende te worden gerekend. Die waarde is volgens het Hof gelijk aan de reserve op de fiscale balans. Dus de bijtelling van de inspecteur ad € 964.777 werd verlaagd naar € 668.505. Verder was volgens het Hof de dga wel revisierente van 20% en verzuimboete van 25% verschuldigd. Het kostte deze dga nu in totaal € 648.450 aan belasting, rente en boete.

Conclusie
Uit bovenstaande uitspraak blijkt dat de pensioenafspraken in de pensioenbrief dienen te worden nagekomen en dat al snel sprake kan zijn van een onzuiver pensioen. In bovengenoemde casus was dat het geval bij het niet tijdig uitkeren. Van een onzuiver pensioen kan echter ook sprake zijn bij het niet op orde zijn van het pensioendossier, zoals strijdigheid met de meest recente wetgeving of zelfs het geheel ontbreken van een ondertekende pensioenbrief.

Pensioen Lijfrente AOW

Laat uw reactie achter